Il buono, il brutto, il cattivo

Door Leo Baeten

Enige tijd geleden bekeek ik de film The good, the bad and the ugly. Deze Italiaanse film uit 1966 van Sergio Leone had in mijn jeugd grote indruk gemaakt. Zoveel jaren later ben ik filmliefhebber geworden én gecharmeerd van Italië. Dan bekijk je de film toch met andere ogen.

Anders dan ik altijd gedacht had, blijkt de film geen Hollywoodproductie te zijn maar werd hij met Amerikaanse acteurs in de hoofdrollen door Italianen opgenomen in Italië (Lazio) en Spanje (Burgos, Tabernas). Leone kende deze procedure vanuit zijn werk bij de Cinecittà studio’s in Rome waar vanwege de lage productiekosten veel Amerikaanse films werden opgenomen. Zo werkte hij als assistent-regisseur bij de opnames van de klassiekers High Noon en Ben-Hur. De grote doorbraak van Leone als regisseur kwam met de western A fistful of Dollars (1964). Het succes zorgde voor twee vervolgen: For a few dollars more (1965) en The good, the bad and the ugly (1966).

Toen Leone zijn westerns maakte, bestond het genre “spaghettiwestern” al een decennium. De meeste films werden snel en goedkoop gemaakt. De belabberde kwaliteit had tot gevolg dat spaghettiwestern de negatieve bijklank van “slecht” kreeg. Dat veranderde met Leone. In de The good, the bad & the ugly vervolmaakte hij de stijl die in de voorgaande twee films al gehanteerd was en de stilistische blauwdruk voor het genre zou worden. De surrealistische, apocalyptische vormgeving (lange extreme close-up’s), talloze langzaam opgebouwde scènes, vreemde totaalshots en de overdonderende muziek van Ennio Morricone maakten van deze film een experimenteel staaltje avant-gardecinema. Het was alleen nog wachten op het absolute meesterwerk van het genre. In Once upon a time in the west (1968) voegde Leone een welhaast filosofisch element aan de western toe die de film tot klassieker maakte.

Zoals alle films die Leone tot dan toe gemaakt had, was ook The good, the bad and the ugly in eerste aanleg voor de Amerikaanse markt bedoeld. De geëigende truc hiervoor was dat de hoofdrolspelers Amerikanen waren. Dat leidde tot vermakelijke situaties op de set. Bij de opnamen waren de dialogen een mengelmoes van Engels en Italiaans én dikwijls verstonden de acteurs elkaar niet! Voor de Engelstalige versie van de film werden de Italiaanse teksten nagesynchroniseerd. Met de mondbewegingen en een correcte vertaling werd geen rekening gehouden. Hierdoor verschillen de teksten soms in de Engelse en Italiaanse versies.

Naast Sergio Leone werd ook de componist Ennio Morricone wereld­beroemd door de films. In The good, the bad and the ugly is zijn muziek zeer nadrukkelijk aanwezig. De combinatie tussen beeld en muziek neemt in deze film zelfs opera-achtige proporties aan. Voor een aantal scènes is aparte muziek geschreven die speciaal bij die ene scène past. Die scènes worden dan gedragen door de muziek zoals zangpartijen dat bij een opera doen.

De film The good, the bad and the ugly toont indirect aan dat de Italianen het gewone weten te verbijzonderen. Zoals gelato en caffè niet zomaar ijs en koffie zijn, zo is ook de spaghettiwestern niet zomaar een western. Dat is toch knap van dat volkje!