door  Jolanda Stammes

Hoofdkraan afgesloten. Planten de deur uit. In mijn portemonnee de European Health Insurance Card. Natuurlijk de nodige kilometers gelopen. Eerst zonder, later met rugzak. Veel afscheidszoenen ontvangen en evenveel uitgedeeld. Ik ben klaar om te gaan. Lopen naar Rome.

Wat kan mij gebeuren? Al eerder liep ik met dezelfde voeten van mijn huis in Zwaag naar Santiago de Compostela. Geen pleister of pijnstiller nodig gehad. Wel nieuwe schoenen.
Ik heb vertrouwen in mijn lichaam. Het idee om naar Rome te lopen is gemaakt met mijn brein, maar de uitvoering van dat plan moet komen van mijn lichaam. Dat zijn twee heel verschillende dingen. Er is een brein nodig om plannen te maken, om te bedenken hoe de route zal gaan, wat ik mee zal nemen, dat ik moet rusten, dat ik de juiste dingen moet eten. Dat hele proces gebeurt in mijn hoofd. Dat is de ik die in dit lichaam huist. Mijn lichaam is niets meer of minder dan een verzameling botten, spieren, organen, bloedvaten die aangestuurd worden door mijn hoofd, waar ik helemaal geen weet van heb, en over vele functies heb ik zelfs helemaal niets te zeggen. Het is een combinatie van scheikunde, evolutie en gedrag.

Ik keek naar mijn voeten, stap voor stap liep ik de provincie uit. Af en toe keek ik eens achterom. Een kerktoren die een uur geleden in de verte een klein puntje was dat ik naderde, ben ik al gepasseerd en is opnieuw zo klein dat ik het haantje op de toren niet meer kan onderscheiden. Ik stak het Amsterdam-Rijnkanaal over, werd met een pontje de Vecht overgezet, liep over de Nelson Mandelabrug naar de andere kant van de Nederrijn.
Ik zat in de berm en at mijn brood, blote voeten in zacht gras. Heerlijk pelgrimsleven.

Na twee weken voelde ik een ongemak in mijn linkervoet, een vaag pijntje dat ik wel opmerkte, maar waar ik niet te veel aandacht aan wenste te schenken. De volgende dag een korte etappe gelopen en lang rust genomen. Na het douchen gaf ik beide voeten aandacht  door ze eens goed te kneden en te bekijken. Tja, wel een iets dikkere enkel.  De dag daarop met nog meer aandacht op de ondergrond gelet, wandelstokken gebruikte ik al. In drie dagen tijd veranderde mijn loopstijl van lichtvoetig en makkelijk in strompelen met verdoving van paracetamol.

De beslissing om definitief met wandelen te stoppen was niet moeilijk. Het genieten van de natuur, het buiten zijn, kijken, ruiken, beleven, dat alles werd aan de kant gedrukt door de pijn, en zo kwam het inzicht duidelijk en helder binnen: ik moet stoppen. De beslissing maakte ik met mijn hoofd door rationeel te zijn. Wat is het beste voor mijn lichaam? Waar heeft het behoefte aan? Pijn is een signaal. Daar moet ik naar luisteren. Ik moet respect tonen voor mijn lichaam. Ik heb een zorgplicht voor mijn lichaam dat al bijna zestig jaar zonder haperen doet wat ik wil.
Is mijn reis nu mislukt? Natuurlijk niet. Het is anders gelopen. Maar is dat niet zoals het leven ons elke dag laat zien? Je bedenkt een plan en een dag later, of zelfs binnen een uur kan er een totale omslag plaatsvinden. Soms is de uitkomst zelfs beter dan het oorspronkelijke doel. Het leven meandert en biedt daardoor grote verrassingen, soms teleurstellingen, maar ook nieuwe kansen.  Het kan een troost zijn om in te zien dat je niet alles in de hand hebt. Het leven doet wat het doet. De beslissing hoe je daar mee omgaat zit in jezelf.
Volgend jaar vertrek ik opnieuw. Ik heb er nu al zin in.

Oh ja, wat was er nu precies aan de hand met mijn voet? Op basis van de klachten dacht de huisarts aan een stressfractuurtje in de enkel. Zoiets ontstaat door overbelasting. Een combinatie van lang lopen, meer gewicht dragen, harde ondergrond en pech. Het gaat vanzelf over door rust te nemen.