Il pellegrino e la puttana

door Leo Baeten

De Codex Calixtinus, een twaalfde-eeuws handschrift over routes naar Santiago, vermaant de pelgrims dat zij in de Lavamentula “uit liefde voor de apostel niet alleen hun pik maar ook, na zich te hebben uitgekleed, hun hele lichaam van vuil moeten ontdoen”. Kennelijk hadden de pelgrims seksuele behoeften en moesten zij zich in het op 2 mijl voor Santiago lopende stroompje reinigen. Contacten met dames met het oudste beroep komen ook voor op de wegen naar Rome. In reisverslagen zijn bloemrijke ontboezemingen te lezen.

In 1989 liep de schrijver-journalist Herman Post naar Rome. In een Umbrisch stadje overnachtte hij in een hotel waarin een nachtclub was gevestigd. De vrouwen keken verwachtingsvol naar Herman op, maar die installeerde zich in een stil hoekje. De bedrijfsleider nodigde hem vriendelijk doch dringend uit om zich met de dames te onderhouden. Om zich uit deze netelige situatie te redden toonde Herman zijn perskaart en stelde de eigenaar voor dat hij hem de volgende dag een interview zou afnemen over zijn bedrijf.

De nachtclubeigenaar werd de vriendelijkheid zelve en hoopte dat Herman hem de eer wilde aandoen iets van hem te drinken. Herman liet zich de aangeboden whisky goed smaken! De volgende dag vertrok hij in alle vroegte. Over het intieme leven van een Umbrische nachtclubeigenaar moest hij zijn lezers in het ongewisse laten.

Toen Herman Post een paar weken later over de Via Appia Rome binnenliep, werd hij verwelkomd door tientallen prostituees. Ook dat leverde geen stof op voor een spannend verhaal! Toen hij negen jaar later van Rome naar Jeruzalem liep en de Eeuwige Stad over dezelfde weg verliet regende het pijpenstelen. In dit noodweer zou de erehaag van prostituees wel ontbreken. Maar Post vergiste zich: onder een grote paraplu zat een karig geklede negerin kleumend voor zich uit te kijken. “Where do you go?”, vroeg ze. “To Jeruzalem”, antwoorde Herman. “That’s OK”, zei ze, weinig onder de indruk. Einde conversatie. De dame had gauw begrepen dat Herman géén klandizie was.

Ook Henk Erinkveld, rector van het Klooster Wittem, werd op zijn voettocht naar Zuid-Italië geconfronteerd met het oudste beroep van de wereld. In de kale en snikhete Povlakte plofte hij neer in de schaduw van een paar bomen om even op adem te komen. Plotseling stond naast hem een schone, en ofschoon het erg warm was, verraadde haar schaarse kleding haar beroep. De dame verzocht Erinkveld een eindje verderop te gaan; dit was haar werkplek. Hij kreeg wel een paar minuten respijt om wat te drinken en ondertussen babbelen ze wat. Het gesprekje duurde niet lang want er kwam een oude man op de dame af en met hem verdween zij in het struikgewas. Werk ging voor het weinig profijtelijke gesprek met een pelgrim.

Dat pelgrims en hoeren elkaar niet uitsluiten bezong het in de zestiger jaren populaire Italiaanse ensemble I Gufi (De uilen). In Pellegrin che vien da Roma (Pelgrim die uit Rome komt) overnacht een pelgrim in de slaapkamer van de echtgenote van de herbergier. Een scherm moet de twee scheiden, maar dat blijkt geen probaat middel voor een buitenechtelijk avontuur.

Wat is de moraal? De pelgrim wil op zijn tocht bezig zijn met cultuur, natuurschoon, bezinning, maar het normale leven kan niet helemaal buiten gesloten worden.