door Titia Meuwese

 Vanuit Nederland en België naar Rome: dan moet je de Alpen over. Dit stuk in de serie over gebergtes is wat langer dan de verhalen over de Jura, Vogezen en Zwarte Woud; het is tenslotte het grootste gebergte in West-Europa. Ik heb er zelf vijf jaren midden in gewoond, in Chur. Zo had ik in het hart van het Alpengebied het geluk te werken aan luchtmetingen en kon ik voor mijn werk ervaring opdoen met de mensen, de bergen en de dalen van Graubünden.

 Zal dat wel lukken die Alpendoorsteek en hoe hoog moet je dan gaan? Het lukt meestal wel, weliswaar moet je minimaal over 1500 meter, maar je hebt dan meestal al aardig wat hoogtemeters in de benen en de noordkant is niet zo steil. Naar beneden gaat vast ook wel met hulp van goed werkende remmen of een stok. Alleen sneeuw is een echt risico, dus in de periode november tot april is het verstandig de sneeuwhoogte na te kijken. Bij onbegaanbare wandel- of fietsroutes, of als je denkt dat het een te grote inspanning voor je is, is het

Romeinse gebieden in de Alpen

openbaar vervoer de alternatieve optie. (Voor je testimonium hoef je de Alpen niet over te gaan). Hevige regenval kan routes door aardverschuivingen onbegaanbaar maken; dan is het van belang de aanwijzingen op te volgen en evt. van de oorspronkelijk geplande af te wijken. Voor fietsers naar Rome zijn op dit moment vier Alpenpassages beschreven: de Col du Montcenis (2083 m), de Grote Sint Bernhard(2469 m), de Splügenpas (2114 m) en de Reschenpas (1520 m) . Voor de wandelaar zijn de Grote Sint Bernhardpas, de Gotthard (2125 m) en de Reschenpas in de standaardroutes opgenomen.

 

Historische routes

De Alpen worden wel een stukje Afrika in Europa genoemd: bij het bewegen van een aardschol noordwaarts wordt Italië tegen Europa aangeduwd. Dat levert een gebergteboog op die pas 135 miljoen jaar oud is. Mensen zijn al in de steentijd er overheen gegaan De Romeinen gebruikten al meerdere passen, maar namen liever de boot vanaf Marseille, want in hun tijd en ook lang daarna was de bergroute gevaarlijk. Met muilezels werden in de Middeleeuwen goederen getransporteerd,

de Via Mala kloof

mensen liepen met een lokale gids en sliepen als het even kon in kloosters. De Splügenpas werd bijvoorbeeld gebruikt voor het transport van mensen, kaas en jongvee uit Graubünden naar Milaan, met als transport terug luxegoederen, wijn, rijst. De route naar het zuiden was simpel vanaf Chur tot aan Thusis, maar dan volgt een passage door een kloof genaamd de Via Mala, de slechte weg. Een berucht instabiel stuk omdat het onderliggende gesteente snel erodeerde. Al in de bronstijd zijn er rots-gravures boven de kloof gemaakt, ook toen waren daar mensen. Er zijn tegenwoordig vier routes parallel door die kloof: van het geitenpaadje uit de Middeleeuwen tot de tunnel van nu. In de Middeleeuwen duurde het transport van Lindau aan het Bodenmeer via Chur tot Milaan met muilezels en boten vijf dagen. Mozart en Goethe zijn ook op die manier de pas overgestoken. Zo heeft elke pas zijn geschiedenis.

Bewoners van bergen en dalen

Geologische kaarten laten in de Alpen afwisselend onder andere leisteenlagen, kalksteen, gneis en graniet zien. Sommige materiaal is aan de oppervlakte afgezet, zoals de kalksteen, maar sommige materiaal, zoals het gneis komt van heel diep uit de aardkorst. Onder andere de Adamello is een soort omhoogstekende punt van de diepe Afrikaanse plaat. Er zijn mooie kristallen te vinden in sommige gebieden. Aan de zuidkant lopen plooien van vrij hard gesteente in noord-zuid-richting. Dat verweert minder, zodat daar de U-vorm van de gletscher-dalen nog goed te zien is. In die nauwe dalen is alleen onder in het dal bewoning. Sommige delen van de Italiaanse alpen zijn (bijna) onbewoond. Het meest woeste gebied, het Val Grande, is sinds de ontruiming door de Duitsers aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een onbewoond natuurpark van 15.000 hectare. De noordkant is minder steil, onder andere omdat de kalksteenhellingen door erosie inzakten. Halverwege de hellingen ontstond daar een wat vlakker stuk met nog dorpjes en weidegebieden en dus een grotere bevolkingsdichtheid dan aan de zuidkant. Het is overwegend een arm veeteeltgebied.

 

Bevolkingsdichtheid Alpen en Povlakte

Het overschot aan bevolking trok altijd weg, aan de noordkant naar de lagere heuvelgebieden in Zwitserland, Beieren en lager Oostenrijk. Aan de zuidkant trokken de jongeren noodgedwongen naar de industrie net ten zuiden van de Alpen, waar in een strook van twintig kilometer breedte de Italiaans maakindustrie gevestigd is, of naar de metropolen Turijn, Milaan en Venetië. Met het toerisme kwam werkgelegenheid, met de economische groei van Europa verkeersdrukte. Grote tunnels ontlasten de hogere delen, maar in de nauwe toevoerdalen helpt dat niet, daar zijn het verkeerslawaai en de vervuiling onontkoombaar.

 

Routes en alternatieven

Over de Griespas naar de Val Formazza

In de zomer kunnen de motorrijders ook de kleine paswegen danig verstoren. Je kunt een pas kiezen zonder asfaltweg, bijvoorbeeld de Griespas , de Greinapas, en de Septimerpas (zie de kaart met vele alternatieven). Wie juist liever een lage pas wil: de Reschenpas is laag en ligt niet aan een heel drukke autoroute. De routes voor fietsers en lopers gaan meest over een of twee passen, in het midden zijn de Alpen breder, dus daar ben je langer in de bergen. Aan de noordzijde loopt de weg vaak meer geleidelijk omhoog, bijvoorbeeld van Martigny tot de Grote Sint Bernhardpas in 44 km omhoog en dan in 28 km omlaag naar Aosta, dus veel steiler. Dat is zwaar voor fietsers.

Neem – als je kunt – op het hoogste punt een dag pauze en dwaal in het rond, of ga nog hoger met een kabelbaan: hier heb je zo veel voor geklommen en Italië is er morgen ook nog. Als je naar beneden gaat eindig je de eerste dag meestal al 1500 m lager in een nauw dal zonder uitzicht. Een mooiere afdaling is er vanaf de Gotthard, waar de Europese route E1 lang hoog boven het dal blijft lopen.

Wie snel en hoog wil: de Grote Sint Bernhard en de Col du Montcenis gaan eenmaal flink omhoog en dat is het dan voor de Alpenoversteek; de Reschenpas is een makkelijke pas met daarna een lang traject door het dal; de Splügen- en Gotthardpas tenslotte zijn uitdagender. Bovengenoemde autovrije alternatieven zijn voorbeelden van de mogelijkheden die je hebt als je juist langer en hoger in de Alpen wilt blijven.

Dit is natuurlijk maar een heel kleine inleiding op de Alpen, het hoogtepunt van de tocht naar Rome. Lees Ludwig Pauli over prehistorie tot middeleeuwen of Werner Bätzing over het moderne cultuurlandschap. Er is een interessant wandelboek over de trektochten van de Zwitserse Alpenbewoners naar omringende landen op zoek naar economische voorspoed.

Wandelroutes met extra passen

Fietsroutes