Alternatieve opties op de Oostelijke Romeroute

door Arnoud Boerwinkel

Het bezit van een eigen modelspoorbaan behoorde tot mijn onvervulde jeugddromen. Enkele vriendjes hadden er een, en soms mocht ik er – onder beperkende condities – even mee spelen. Ik denk dat dat de reden is dat ik een heimelijke fan ben van Rail Away, dat lieve EO-programma waarin je afwisselend stokoude en spiksplinternieuwe treintjes door schilderachtig landschap ziet schuiven, begeleid door rustgevend commentaar en dito achtergrondmuziek. Als ik eens een keer geen zin heb in het achtuurjournaal met z’n voorspelbare bak ellende, schakel ik over en laat ik me onderdompelen in de illusie dat het leven eigenlijk heel simpel en mooi is.

Dit voorjaar kwam ik volop aan mijn trekken. In de laatste week van april liep ik met mijn vrouw weer een stukje van de Oostelijke route naar Rome tussen Koblenz en Worms. Maar omdat mijn vrouw met beginnende artrose in de knie niet meer kan klimmen en dalen, lieten we de zware Reinsteig en de Rheinburgenweg hoog boven ons links liggen en kozen we voor de fietsroute onderlangs de Rijnoever. En daar smaakte ik het genoegen van lopen door een modelspoorbaan: op de linker én rechteroever van de Rijn, “slagader” van Europa kon ik de talloze soorten van vervoer per spoor zien voorbijkomen: honderden meters lange goederentreinen, regionale treintjes en flitsend snelle internationale passagierstreinen wisselden elkaar in strakke regelmaat af. En op het water was het al net zo’n drukte met imposante vaartuigen, zoals rijncruiseschepen, lokale rondvaartboten en natuurlijk talloze schepen met bulkgoederen die ik ook al over het IJ in Amsterdam voorbij zie varen. Tot slot langs beide oevers het lokale gemotoriseerde verkeer en over het fietspad een enkele stoere lange-afstandsfietser. Kortom, het werd een tocht met veel reuring. En toch genoten we met volle teugen. Weliswaar loop je behoorlijke stukken over het fietspad vlak naast de weg, maar de drukte op die weg is beperkt. Niet alleen zijn er flinke stukken waar het fietspad omzoomd is door dichtbegroeid struikgewas, waar kwetterende vogeltjes uit volle borst hun lentezang ten gehore brengen; ook zijn er veel mogelijkheden om ofwel direct langs de oevers te lopen of over een smal wandelpad tussen het fietspad en het kabbelende Rijnwater van de relatieve rust te genieten.

UNESCO werelderfgoed

Maar wat de tocht vooral heel aantrekkelijk maakt is dat uitgerekend het stuk tussen Koblenz en Bingen nog niet zolang geleden de status heeft bereikt van werelderfgoed van de UNESCO. Dat heeft het te danken aan de enorme hoeveelheid oude burchten en kastelen, strategisch gelegen hoog boven de Rijnoever en vaak nog in goede onderhoudsstaat. Maar ook de hoge concentratie authentieke, oude stadjes langs het traject met soms goed geconserveerde resten bebouwing uit de Romeinse tijd draagt bij aan de cultuurhistorische waarde van dit Rijntraject. Rhens en Brey, Boppard, Oberwesel en Bacharach, ze zijn allemaal een bezoekje meer dan waard!

Ook passeer je langs een scherpe bocht in de rivier de beroemde 132 meter hoge Loreley-rots waar de Rijn op zijn smalst is (113 meter), maar ook op zijn diepst (25 meter) en dus de stroming het sterkst. Daardoor moeten al sinds mensenheugenis de schippers “alle zeilen bijzetten” om niet tegen de oevers te pletter te slaan.  In Bingen draait het allemaal om de beroemde Hildegard, de twaalfde-eeuwse mystica, dichteres, wetenschapper en de eerste componiste uit de geschiedenis van de klassieke muziek die bij naam bekend is. Het plaatselijke museum zet haar uitgebreid in het zonnetje.

De Rijnterrassen

Terug met het treintje naar de buitenwijk van Koblenz, waar we de auto hadden achtergelaten en koers gezet naar Mainz. Zonder ervaring met de Rheinradweg tussen Bingen en Mainz zetten we onze wandeling voort in een dorpje vlak daaronder. En dan kuier je in vier dagetappes van 15 tot 20 kilometer over een uitstekend gemarkeerde Rheinterrassenweg naar Worms. Ook deze route passeert – nu via soms diep uitgesleten holle wegen – mooie oude stadjes als Oppenheim (met prachtige glas-in-lood-ramen in de kolossale Katharinenkirche!) en Bechtheim (met kundig gerestaureerde oude Romaanse basiliek). Maar vooral zijn er overal om je heen de uitgestrekte druivenakkers van Rheinhessen, de meest productieve wijnregio van Duitsland. Onder een stralend voorjaarszonnetje priemde het jonge groen tevoorschijn om in het najaar druiven te kunnen leveren voor witte wijnen als Silvaner, Riesling, Kerner en Scheurebe, maar ook rode uit Portugieser, Dornfelder en Spätburgunder.

Maar eerlijk gezegd: toen we na vier dagen de eindeloze rijen wijnstokken vaarwel konden zeggen, was dat ook met enige opluchting. Langs een prachtige groene route langs de buitenwijken van Worms volg je de oever van de Pfrimm en kom je aan in het centrum van de stad. Die stelde ons overigens enigszins teleur: behalve een enorm Luthermonument, enkele straatjes van de oude Joodse wijk en de duizendjaar oude Joodse begraafplaats was het vooral functionele na-oorlogse nieuwbouw die je doet gissen naar de mooie oude stad die Worms ooit moet zijn geweest.Al met al hadden we op deze route een heerlijk weekje en voor mensen die geen zin, tijd, energie of spierkracht hebben voor de hooggelegen en slingerende klim- en klauterpartijen biedt deze wandeling een mooi alternatief.