door Luc Gregoir

 

Je kent wel het plaatje van de pelgrim met staf, kalebas, een beurs met een paar muntjes en een wijde ruwe mantel, die bij de lokale bewoner informeert naar het pad naar de volgende stopplaats op zijn pelgrimsweg naar Rome. Een romantisch beeld waar ik me aan optrek als ik het plan opvat eropuit te trekken. Maar ik moet toegeven de realiteit oogt enigszins anders. Sportief gekleed door de firma’s North Face en Fjallraven, die me beschermen tegen de weerselementen, en de zakken volgepropt met digitale hulpmiddelen, die het onbekende behapbaar maken.

 

Bij mijn eerste reis in 2003 per fiets naar Assisi had ik, geholpen door de stand van de zon, naast een stapel wegkaarten genoeg aan een senioren-GSM en een primitieve Garmin Geko GPS. En dat zou vandaag niet anders zijn. Het succes van de fietstocht zit wat mij betreft voor 50% in de benen en voor 50% in wat er zich in mijn hoofd afspeelt. Daarom is de functie hoogtemeter van doorslaggevend belang. Verder is het handig om waypoints en het spoor op te slaan voor achteraf. En de GSM … altijd handig voor het thuisfront om te traceren waar je ergens het ravijn bent ingeduikeld.

Toen ik in 2012 van Rome naar Antwerpen liep was de GPS al gemeengoed geworden en in het hooggebergte had ik de weldaden van de Garmin GPSMAP 60 leren kennen. Met een route van een duizendtal waypoints had ik mijn eigen wandeltocht uitgezet. Niet dat ik die strikt volgde maar het gaf me een houvast om terug op het te vertrouwen pad te komen door een weg te zoeken naar waypoints in de buurt. Voor kaarten en e-mail had ik gerekend op een e-reader wegens zijn grote autonomie en bruikbaarheid bij helder daglicht. Daar had ik dus niets aan! E-mail werkte van geen kanten, de in pdf gescande kaarten misten kleur en het toestel was weinig flexibel wat betreft het inzoomen.

Twee jaar later ging het van Sicilië naar Rome, de e-reader werd wijselijk vervangen door een Sony 6.4 Xperia Z Ultra tablet (telefoon). Dit toestel had niet de nadelen van de e-reader maar had maar een beperkte autonomie; en omdat dit traject enkel te overleven is met de tent, moest ik een dag of drie verder kunnen zonder gelegenheid om mijn spullen op te laden. Voor de GPS vormde dat geen probleem met de externe AA baterijen; maar de tablet kon ik enkel maar opzetten als ik met de GPS niet verder kwam en de kaart moest raadplagen. Wel had ik voor zelf gekalibreerde stafkaarten de app OziExplorer geïnstalleerd. Belangrijke eigenschappen daarvan waren dat hij groot genoeg was en toch nog in de zak van mijn trekkingsbroek paste, zodat ik hem altijd bij de hand had. Daarnaast was hij stof- en waterdicht, een eigenschap die hij met de GPS deelde. Dankzij de knoppenbesturing in plaats van een touchscreen was de GPS ook te raadplegen bij noodweer. Het model had ik ondertussen moeten upgraden omdat het maximum van 2000 waypoints niet langer volstond. Een voordeel was de karabijnhaak die was toegevoegd zodat je hem ergens aan je uitrusting kunt laten bengelen.

 

Niets is voor de eeuwigheid, zelfs digitaal speelgoed niet. Met een gebroken tabletvenster en een GPS die na de vele buitelingen niet langer waterdicht was, ben ik op zoek moeten gaan naar vervanging. Voor de GPS werd dat het model GPSMAP 66 die een grondige re-design heeft ondergaan; voor de Tablet moest ik zoeken naar een Android toestel dat robuust was, een internetconnectie had en een gepast formaat. Het werd een Samsung Galaxy Tab Active 2 (4G). Over beide toestellen lees  je hier meer.