gebruik je een kaart, een gids of GPS?

door Titia Meuwese

 

Fietskaart 1:100.000

Als je naar Rome wilt gaan en tot nu toe alleen in Nederland hebt gelopen of gefietst, moet je leren hoe je de weg vindt in onbekend terrein. In dit artikel een pleidooi voor het gebruik van kaarten en gidsen om je weg te kunnen vinden. Dat wil niet zeggen dat ik niet vind dat het Global Positioning System een fantastische uitvinding is. Het heeft voor de reiziger de weg vinden veel makkelijker gemaakt. Maar: er gaat niets boven een voorbereiding met kaart en gids. Er is bij de Engelse uitgeverij Cicerone ook net een serie van vier artikelen verschenen over kaart, kompas en navigatie. Hiernaar wordt in dit artikel verwezen.

 

Oriënteren onderweg

Je moet je als pelgrim kunnen oriënteren met als doel om van overnachtingspunt A naar B te lopen. Liefst langs de mooie uitgestippelde route, maar elke weg waarmee je voor het donker wordt zonder ongelukken aankomt is in orde. Zonder eigen kaart,

Wandelkaart 1:25.000

reisgids of GPS moet je gebruik maken van routemarkeringen, wegwijzers en de hulp van de lokale bevolking. Dit stuk gaat vooral over het gebruik van kaarten en gidsen.

Ga in Nederland vast oefenen met alle drie hulpmiddelen: gids, kaart en gps. Handig zijn daarvoor de Nederlandse Groene Wissels: die kun je laden als beschrijving, als gps track en als kaart. Probeer het afwisselend alleen met de gps, met de beschrijving met kleine kaart en met de kaart te doen. Om te beginnen moet je op de kaart je startpunt opzoeken en vandaar regelmatig zorgen dat je weet waar je op de kaart bent. Ook als je een gemarkeerde route loopt is dit toch nodig.

 

Eerste Franse topografische kaart

De eerste topografische kaart zoals wij die kennen was klaar in 1789 in Frankrijk, onder andere ontwikkeld om afstanden te kunnen berekenen en niet meer in “uren gaans” uit te drukken. Ze zijn daarna vooral gemaakt voor militair gebruik. Voor de wandelaar zijn kaarten met een schaal 1: 50.000 meestal goed genoeg, voor een fietser 1:100.000. Dan komt dus 1 cm overeen met 0,5 km resp. 1 km. Niet voor alle gebieden worden nog zulke gedetailleerde kaarten gedrukt, in toeristische streken meestal wel. Bekende wandel- en fietsroutes staan er op. Op de website worden bij de routes de gidsen en kaarten per deelstuk gegeven. Het grote voordeel van een papieren kaart boven de mooie internet kaarten van Open Street Map (OSM) is dat je over een traject van een week of nog meer je route in detail in het landschap ziet. Je krijgt een goed beeld van aanwezige bergen, grotere plaatsen, dichtheid van bevolking, natuurgebieden.

 

Internet kaarten

OSM met toeristische details

De beste internetkaarten zijn de Outdoor Street Maps (OSM). Goed te openen via een aantal toepassingen, zoals afstandmeten.nl of UMAP. Voor de fietser is er Outdoor Cycle Maps (OCM). Om meer over je traject te leren kun je goed tussen beide modes heen en weer schakelen: OCM heeft hoogtelijnen, OSM geeft details als hotels, winkels en bushaltes. Ze zijn niet commercieel, worden voortdurend aangevuld. Maar nadeel: als je in detail kijkt op je telefoon heb je geen overzicht en als je geen bereik hebt kun je niet ontdekken waar je bent. De programma’s Maps.me en

OCM met hoogtelijnen

viewranger.com geven de mogelijkheid de kaarten al tevoren op je telefoon te laden.

 

Toch nog verdwalen

De ervaren pelgrim verdwaalt ook nog wel eens: zelf verdwaal ik vooral als ik te overmoedig word en denk: kijk nu toch niet steeds bij elke splitsing waar je heen moet. En dan loop je dus verkeerd. Als je zo de weg kwijt bent, kun je het beste teruglopen naar het laatste punt waar je de weg nog op kaart of op GPS track kende. Tenminste in gebieden met slechte bewegwijzering. Bijvoorbeeld in de Vogezen of in Zwitserland kom je vaak wel een wandel- of fietsrichtingaanwijzer tegen en kun je doorlopen naar het volgende dorp waar je route langskomt. In berggebieden moet je nooit zomaar een niet gemarkeerd pad nemen. In noodgevallen kun je het beste de weg vragen naar een grotere plaats in de buurt, zodat je veilig bent en onderdak hebt. Dan kun je de volgende dag verder kijken hoe je weer op je route komt.

Als je niemand ziet, is een noodfluitje een manier om aandacht te trekken. Een kompas heb je zelden nodig, maar is een hulpmiddel als je van het pad afraakt. Een werkende GPS ook. Juist omdat deze nuttig zijn in noodsituaties, moet je zorgen dat je de eenvoudige stukken gewoon op de kaart loopt en de batterij van de telefoon spaart.

 

Wandel- en fietsgidsen naar Rome

Reitsma’s route

Wandel- en fietsgidsen naar Rome worden voornamelijk door enthousiaste Romegangers gemaakt. Er zijn een paar grotere buitenlandse uitgevers van wandel- en fietsgidsen, zie de aanwijzingen op www.pelgrimswegen.nl  Maar ook daar verdienen de auteurs geen royale boterham. De Nederlanders die een reisgids uitgeven zijn al blij als de kosten er uitkomen, maar het schrijven en bijhouden is liefdewerk. Een goede gids verenigt kaarten met routebeschrijvingen, hoogteprofielen en dagschema’s met beschrijvingen van de natuur en cultuur van het traject. De voortdurende noodzaak tot aanpassen komt vooral door veranderingen in de onderdakadressen. Daarnaast zie je dat de auteurs aan de hand van opmerkingen van gebruikers en eigen onderzoek de routes prettiger maken voor fietser en wandelaar, vooral door ze mooier en autoluw te maken. Maar

Franciskaanse voetreis

het beschrijven door één of twee mensen van een route van honderden kilometers leidt niet tot de precisie van een LAW Pieterpadgids; dat is teveel gevraagd. Dus combinatie van kaarten, GPS-tracks en eigen oplettendheid is nodig. Gids en kaart bestuderen voor het vertrek helpt veel om goed te plannen.

Onderweg kunnen sommige gidsen als ebook worden gebruikt, want alle gidsen voor de hele route meteen meenemen is een heel gewicht. Gidsen van afgelegde stukken kunnen met de post terug. Na terugkomst is het een mooie herinnering en goed om de route aan anderen te tonen.

Zijn alle routes naar Rome even makkelijk te volgen?

Emo’s route

Dat is heel verschillend: Ben Teunissen wilde het voor Nederlanders makkelijker maken op de historische Via Francigena en is het half bekende traject in vier gidsen gaan beschrijven. Een reis van een Groningse abt uit 1211 leidde in 2014 tot het boek Emo’s reis (door Dick de Boer) en Peter Molog is die route gaan nafietsen, maar heeft er geen gids van uitgegeven. Eigenlijk liggen van deze twee routes alleen de overnachtingsplaatsen vast, die vooral uit kloosters bestonden. Hans Reitsma wilde een route naar Italië maken, die geleidelijkaan een route naar Rome werd via een makkelijk te fietsen tracé. Benjaminse heeft een hele serie fietsgidsen gemaakt over heel Europa. De GR5 is ontwikkeld als een lange afstandswandelroute langs de Duitse grens voor avontuurlijke Fransen in 1962 en loopt juist over alle bergen. De Oostelijke route heeft een toeristische traject: de Romantische Strasse aangelegd om het toerisme in Beieren na de Tweede Wereldoorlog weer te stimuleren. De Via

Ben Teunissen Weg van de Franken

Claudia Augusta werd al door de Romeinen aangelegd om snel met legioenen van de Povlakte naar Oostenrijk te komen. Nu is het een bekende fiets- en wandelroute. Kees Roodenburg wilde van Assisi naar Rome lopen en zocht zelf een route uit die als de Franciscaanse voetreis nu in meerdere varianten ook in andere talen gepropageerd wordt. De Eifelsteig is de jongste route: die werd pas in 2009 geopend!

 

Op elke route zijn er stukken waar je gids en kaart regelmatig moet bestuderen en als je je eigen weg gaat maken ontkom je er niet aan avonden over kaarten te hangen. Een heerlijk werkje tijdens de donkere wintermaanden.

Benjaminse Fietsgids Rome

De fietsgidsen zijn allen vrij volledig. Voor de wandelaars beslaan de gidsen van Ben Teunissen de route van Nederland tot aan Rome. De oostelijke en middenroute bestaan uit meer losse delen, niet allemaal met gids.