VOORUITZICHT

 

Hoe plezierig is het niet om iets

in het vooruitzicht te hebben, een

veldje met pasbegonnen bloemen, of

een berg die naar behoren de lucht

in steekt. Het is alsof de wereld met

zulke gunstbewijzen aan het tijdelijke

zich verontschuldigt voor het wrede

dat haar eigen is. Want meestal

zien we weinig, is het donker, nacht.

Er is zeker durf, en zelfs wel moed

voor nodig om het veldje in te lopen

of de berg te beklimmen, wetend dat

ze daarmee voorgoed voorbij zullen zijn.

 

Uit: Nu het nog licht is, 1998

Tom van Deel